Servicekosten kantoorgebouwen blijven dalen

Friday 31 October 2014

De gemiddelde servicekosten voor Nederlandse kantoorgebouwen zijn in 2013 met circa 4 procent gedaald naar 31,52 euro per m2 (vvo) per jaar. In 2012 bedroegen deze kosten 32,87 euro. De daling van 4 procent komt met name door lagere energiekosten en daling van de kosten voor liftonderhoud en afvalverwijdering. Dat blijkt uit de zogenoemde OSCAR-benchmark 2014 (Office Service Charge Analysis Report) van vastgoedadviseur JLL voor servicekosten van kantoorgebouwen. De nieuwe benchmark werd gepresenteerd tijdens de bijeenkomst ‘Benchmark Servicekosten Kantoren in Nederland’ die plaatsvond op donderdag 30 oktober in gebouw Delftse Poort in Rotterdam.

Jac Bressers, Director Property & Asset Management van JLL: ‘De afgelopen vijf jaar zijn de servicekosten met 10 procent gedaald van 35,27 euro in 2009 naar het huidige niveau van 31,52 euro. Wij verwachten dat deze daling de komende jaren verder zal doorzetten als gevolg van de nog steeds dalende energietarieven. Ook zien we in toenemende mate dat eigenaren, gebruikers en beheerders gezamenlijk maatregelen treffen die het energieverbruik verder terugdringen.’

Sven Bertens, Head of Research van JLL en verantwoordelijk voor het onderzoek: ‘Voor het eerst hebben we dit jaar ook de servicekosten van leegstaande kantoorgebouwen onderzocht. Deze liggen met 14,92 euro per m2 vvo per jaar op ongeveer de helft van de kosten van verhuurde kantoren. Met name de kosten voor elektra dalen significant bij leegstand, net als de kosten voor bijvoorbeeld huismeester en schoonmaak.’ Leegstandsbeheer is echter een belangrijke factor in de kosten bij leegstand, legt hij uit. Daar waar leegstandsbeheer plaatsvindt is er sprake van bezetting in het gebouw en is het dus nodig comfort te leveren in de vorm van warmte of koeling, water, enzovoorts. De sterkste reductie van servicekosten is dan ook te zien bij gebouwen die helemaal leegstaan en die de mogelijkheid hebben om installaties uitsluitend functioneel in te stellen. Dit laatste betekent het leveren van warmte of koeling op een minimaal niveau waarbij de levensduur van de installaties zo goed mogelijk wordt gewaarborgd.’